Vooroordelen

Long-lasting-rode-lippen-II1Jeetje, wat kijkt die vrouw arrogant uit haar ogen. Wat zou ze van me denken? Zie je wel; ze vindt vast mijn slippers niet gepast in dit wat chiquere restaurant. Ze haalt mijn lege bord weg. Ik zet een vriendelijke glimlach op, maar krijg er geen één terug. De blik in haar ogen blijft streng en haar dik rood gestifte lippen staan stijf op elkaar. Ook al heeft ze geen woord tegen me gezegd; in mijn hoofd gaat er van alles rond. Ze is vast een beetje arrogant en wil dat uitstralen naar haar gasten. Ze vindt haar werk niet leuk. Of ze is vanochtend gewoon met haar verkeerde been uit bed gestapt. Wat het ook is; ik zal het niet weten als ik het haar niet vraag. Nu vind ik personeel van een restaurant op iets persoonlijks aanspreken al best een beetje gek; hier in Spanje gaat me dat, in een taal die ik niet goed beheers, al zeker niet lukken. Ondanks de vooroordelen in mijn hoofd, besluit ik verder te genieten van mijn ontbijt. Als ik even later klaar ben met eten en op sta om het restaurant weer te verlaten, probeer ik toch nog een blik te vangen van mijn ‘arrogante’ serveerster. Tevergeefs. Ze kijkt nors de andere kant op. Ok, dan niet. Ik ken haar niet, maar toch heeft ze zojuist bij mij veroorzaakt dat ik een oordeel over haar heb. Een oordeel die voor haar in dit geval niet goed uitpakt. En hoe onterecht dat oordeel wellicht ook is, ik heb hem binnen no-time gevormd en ik hoop nu alleen maar dat ik haar morgenochtend niet weer tref.

Vooroordelen; ik kan niet ontkennen dat ze razendsnel een plekje krijgen in mijn hoofd als ik mensen tegenkom. Op straat, in de trein, in de kroeg, in de rij bij de kassa. Bij een eerste blik denk ik al te weten met wat voor type ik te maken heb. Nors kijkend, dus standaard chagrijnig. Trainingsbroek en vettig haar; die heeft vast weinig te besteden. Hoge hakken, dure jas, een dikke laag foundation; die laat graag zien wat voor status ze heeft. Vorige week stapte ik in de bus. In de bus was het behoorlijk druk. Mensen stonden in het gangpad en voor zover ik kon zien, waren er geen zitplaatsen meer vrij. Ik baalde, want ik stond daar met twee volle boodschappentassen. Ik liep wat verder door naar achteren en zag achterin nog een ‘vrije’ zitplek naast een jongen die breeduit onderuitgezakt zat weggedoken in zijn capuchon. Hij nam in zijn eentje anderhalve plek in beslag. Ongeschoren, oordopjes in en zijn hoofd was wat weggedraaid naar het raam. Mijn vooroordelen-generator draaide alweer op volle toeren. Hij had vast geen zin om plaats voor me te maken. En als ik het hem zou vragen, zou ik vast een diepe zucht, een boze blik of misschien wel een scheldwoord naar mijn hoofd krijgen. Omdat ik toch wel erg graag wilde zitten, stapte ik op hem af. Ik probeerde oogcontact met hem te maken, maar zonder dat ik er iets voor hoefde te doen, schoof hij op en was de lege plek voor mij. Ik nam dankbaar plaats. In mijn neus kroop een geur die ik heerlijk vond. Hij was het die zo lekker rook. Had ik even mazzel. Een paar haltes verder drukte hij op de rode stopknop naast hem, zodat ik wist dat hij er de volgende halte uit moest. Vlak voordat de bus stopte, stond ik op om de jongen er langs te laten. Hij kwam omhoog en keek me aan met de vriendelijkste glimlach die ik in tijden had gezien. Een knipoog volgde en toen verliet hij de bus. Mij beduusd achterlatend. Ik tilde mijn tassen op de bank en ging weer zitten.  In mijn hoofd spatte mijn vooroordeel als een zeepbel uit elkaar. Terugdenkend aan deze ontmoeting, besluit ik het oordeel over de serveerster van vanmorgen uit mijn geheugen te wissen. Ik hoop dat ze er morgenochtend weer is. Kan ik haar mijn mooiste glimlach laten zien!

Glimlach

One Response to “Vooroordelen”

  1. Yvonne heel herkenbaar, betrap mezelf hier ook vaak op.
    De laatste reaktie heel erg warmgevoelig.

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.