Je suis een kam

Ik ben boos. Boos over de ongenuanceerde reacties van personen op wat er zich vrijdag in Parijs heeft afgespeeld. Ik vind het verschrikkelijk om te horen dat meiden die toevallig een hoofddoek dragen in een stad als Amsterdam bier over zich heen krijgen gegooid of jongens met een getinte huidskleur de meest verschrikkelijke verwensingen naar hun hoofd krijgen geslingerd. Ik voel boosheid als de discussie in de media voor de zoveelste keer uiteengezet wordt in de ‘we’ en de ‘ze’ vorm. Alsof de verslaggevers exact weten wie we en ze zijn. Alsof er een kam bestaat die de scheiding precies weet aan te leggen. Ik ben boos dat de media een voorbeeld vormen voor velen en met dat ge-zij en ge-wij dus indirect haat zaaien.

Ik ben verdrietig. In mijn ogen voel ik tranen branden als ik beelden voorbij zie komen van nabestaanden snikkend in elkaars armen. Als ik denk aan hoe die minuten moeten zijn geweest voor de concertgangers in theater Bataclan. Hoe moet het zijn om de dood letterlijk in de ogen te kijken terwijl je vlak ervoor nog een topavond had. Geluk zo abrupt verstoord. Zonder dat de daders ook maar wisten op wie ze aan het schieten waren. Wie weet hadden dader en slachtoffer in andere omstandigheden beste vrienden kunnen zijn?

Ik ben bang. Ja, ik ben ook bang. Angst is niet altijd mijn beste raadgever en als ik mijn leven laat leiden door angst kom ik niet ver. Ik ben me daar bewust van. Ik wil ook helemaal niet bang zijn. Daarom probeer ik de nuances aan te brengen in alle informatie die tot me komt, maar het feit blijft overeind dat er mensen zoals ik zijn neergeschoten op plekken waar ik kom, omdat ik er gewoonweg naartoe kàn. Omdat ik in vrijheid leef. Omdat ik plezier wil hebben. Omdat ik die keuzes kan maken. Ik kies er bij een avondje stappen niet voor om hem te laten eindigen in de dood. De wetenschap dat anderen voor mij die keuze kunnen maken; die gedachte maakt me bang.

Ik ben blij. Naast al het verdriet, de angst, de pijn, voel ik ook een sprankje blijheid. Blijheid over de media die vaker een tegengeluid durven te laten horen. Die de gevaarlijke gevolgen tonen van al dat ge-wij en ge-zij. Die ons probeert in te laten zien dat we daardoor allemaal uit elkaar worden gedreven. Ja, precies…’we’! Wij. Wij allemaal.

Ik ben klaar. Klaar met dat ze’en en we’en. Ik wil niet praten over we en ze. Tenminste niet in deze context. In deze context worden zij en wij namelijk beiden neergezet aan één kant van een kam. En die kam, die bestaat helemaal niet. Ik praat liever over liefde. Liefde is namelijk blind en ziet geen verschillen in blond, bruin, rood of zwart. Nee, liefde is de lijm die van een kam weer een geheel maakt. Eén kam. Een kam die door alle kleuren haren gaat, omdat het hem niet uitmaakt.

Kammen

Nog geen reacties

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.