Emotionele dweil

Spanning. De adrenaline giert door mijn lijf. Ik durf bijna niet te kijken, maar ik zit hier niet voor niks, dus houd ik mijn ogen open. Nog een paar minuten. Ik knijp in mijn handen. In mijn hoofd gonzen hoopvolle woorden. Ik houd mijn adem in. Nog even en dan….volledige ontlading. Tranen lopen over mijn wangen. Hardop roep ik “Yes, yes, yeeess!”.

Niet dat iemand mijn uitroepen hoort, want ik zit thuis. Op de bank. Alleen.
Door mijn emoties heen, reflecteer ik de gedachten in mijn hoofd op mezelf. Zie mij nou; voor de vierde middag op rij ben ik een emotionele dweil. Een schaatsdweil om precies te zijn. Op het scherm voor me draaien de beelden van de Nederlanders op de Olympische Spelen zich af en man, wat maken die beelden een emoties bij me los.

Dat ene moment
De spanningsopbouw. De verwachtingen. De prestatie. En dan die ontlading. Bij de sporter zelf, bij de trainer, bij het publiek, de partner. En bij de rest van het gezin. Het gezin dat vaak al jarenlang volledig in het teken staat van de topsporter in hun midden. Oneindig veel trainen, de toernooien, de wedstrijden, de ritten ernaartoe. Ouders mee. Broers mee. Zussen mee. Op tijd gaan slapen. Vroeg weer op. Fysieke ongemakken overwinnend.
En waar een ‘normaal’ kind elke dag naar school gaat, zet een topsporter die carrière op een lager pitje. Vriendjes, vriendinnetjes; geen tijd. Alles moet wijken voor dat ene moment. Dat ene magische moment waarop hij of zij de ultieme prestatie levert. Dat moment dat alles net even beter gaat dan bij de rest.
Het moment dat hij een trede van het podium op mag klimmen, de armen in de lucht gaan en er een enorm applaus klinkt. Het moment dat hij die glimmende medaille of trofee krijgt overhandigd en er nog harder applaus klinkt. Voor hem. Enkel en alleen voor hem.

Wat volgt is het antwoord in de vorm van een buiging, een zwaai, een duim. Een handkus richting zijn achterban. Zijn familie, zijn gezin. Want hij weet heel goed dat er zonder hen geen prestatie was zoals deze.

Tranen
Ik weet dat deze familiaire vlieger niet voor alle topsporters op gaat, maar als ik de Nederlandse schaats(st)ers de afgelopen dagen zo volg, dan zie ik dat duidelijk wel. Ik zie naast die terechte trots op zijn of haar prestatie, ook veel tranen. Tranen van dankbaarheid, van liefde. Van liefde voor de ouders, de broers, de zussen. De sporters weten dat zij zelf de fysieke (en mentale) prestatie leveren, maar beseffen daarnaast dat ze boven zichzelf uitstijgen door die extra inspanningen en oneindige liefde van hun achterban. Een prestatie van een heel ander niveau, maar niet minder belangrijk.

Dweil
En nu dus de zoveelste Nederlandse gouden medaille wordt gewonnen, pink ik nog een traantje weg.
Man, wat ben ik trots. Op de prachtige resultaten van ‘onze’ schaatsers, maar niet minder om hun uitingen van dankbaarheid en liefde. Daar kan geen stomme suggestieve vraag van de verslaggevers een eind aan maken. Naar hun familie op de tribune. Dat is waar ze het liefst meteen op af rennen.

We zitten pas op een kwart van de Spelen en met nog elf dagen te gaan, verwacht ik nog wel een aantal geweldige sportieve prestaties van onze helden.
En ik volg ze met liefde. Als emotionele dweil, dat wel. Maar dat is alleen maar handig, want hier is het momenteel dweilen met de kraan open.

Nog geen reacties

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.